Elektriciteitscentrale van Schelle was ooit de grootste van Europa


 

·        Op het hoogtepunt werkten er 750 mensen

·        In volle oorlog werd de centrale gebombardeerd!

·        Sluiting in 2000 was een financieel-economische ramp voor Schelle: de gemeente verloor sindsdien elk jaar zowat 500.000 euro aan belastinginkomsten

·        De dynamitering van de torenhoge schouwen deed veel Schellenaren pijn aan het hart.

 De elektriciteitscentrale Interescaut – in de volksmond ‘den Escaut’ -  beheerste met haar vijf torenhoge schouwen tientallen jaren de skyline van Schelle. De centrale, gelegen aan de samenvloeiing van Rupel en Schelde, kende een bijzonder roemrijk verleden. Interescaut stond aan de spits in België en zelfs in Europa.

Zo werd in 1934 in Schelle de grootste productie-eenheid van heel het continent gebouwd. Schelle was het knooppunt in het Belgische hoogspanningsnet. De centrale was rechtstreeks verbonden met de agglomeraties van Antwerpen, Gent en Brussel. In die drie steden was er zonder Schelle géén licht.

De bouw van de fabriek ging in 1928 van start. Twee jaar later was alles klaar voor de officiële opening. 70 jaar lang zouden de stoomketels en de turbines blijven draaien, tot het jaar 2000. Toen moesten de deuren dicht en werd in ‘den Escaut’ het licht uitgeknipt. Voor heel wat werknemers uit de streek en ook  voor de gemeente Schelle was de sluiting een enorme financiële en economische aderlating. Duizenden mensen hadden in de centrale hun brood verdiend, maar in dat vermaledijde jaar 2000 vielen alle arbeidsplaatsen weg: honderden verloren hun job. De centrale was voor de gemeente een financiële steekhouder. Sinds de sluiting verloor Schelle zowat 5,5 miljoen euro aan belastinginkomsten. Maar ondanks deze klap slaagde het gemeentebestuur erin Schelle financieel kerngezond te houden!

 

Een bom trof het hart van de centrale

 ‘Den Escaut’ heeft een roemrijke, maar ook bewogen geschiedenis achter de rug. De meest spectaculaire episode speelde zich af tijdens de Tweede Wereldoorlog, in 1943, toen de fabriek werd gebombardeerd. Een werknemer die het allemaal meemaakte, vertelt: ‘In de oorlog was de centrale in de handen van de Duitsers. De bezetter zwaaide er de plak. Elektriciteit was natuurlijk enorm belangrijk voor de Duitse oorlogsmachine. In de buurt van den Escaut stond dan ook Duits afweergeschut opgesteld om vijandelijke vliegtuigen neer te halen. In 1943, op een  middag, hoorde ik een vliegtuig naderen: een Engels bombardementsvliegtuig. Het ging allemaal snel. De piloot kwam zeer laag aangevlogen en voor wij het goed en wel beseften, viel er een bom. De bom kwam midden in de machinezaal terecht. Een echte voltreffer, de ravage was enorm. De centrale heeft toen maar liefst drie maanden stilgelegen. Als bij wonder zijn er geen doden gevallen, iedereen kwam er met de schrik van af…’

Ook in 1963 ontsnapten de werknemers aan een tragedie. In dat jaar vloog een turbine in de lucht. Het was een vreselijke ontploffing. De brokstukken lagen verspreid tot in de straten in de buurt, een paar honderd meter verder. Het is een mirakel dat er ook toen geen doden zijn gevallen. Enkele minuutjes vóór de ontploffing hadden arbeiders nog vlakbij die turbine gestaan…

Twee dodelijke ongevallen

In de centrale werken was nu eenmaal niet ongevaarlijk. In de loop van de jaren zijn er twee dodelijke ongevallen gebeurd. Het eerste deed zich voor aan de rolbrug in de machinezaal. Een paar mannen moesten die rolbrug herstellen. Op de kabels zat normaal elektriciteit, 500 volt, maar om aan de zaak te sleutelen, werd de stroom uitgeschakeld. Het werd 17 uur, einde van de werkdag. De werkleider zei: ‘ Ga een stukje eten, jongens, en maak dan de job af, want morgenvroeg hebben we de rolbrug nodig.’ Zo gezegd, zo gedaan. De mannen kwamen na een halfuurtje terug en toen pakte één van hen een kabel vast. Hij was op slag dood: geëlektrocuteerd. Hoe dit ongeval is kunnen gebeuren, is nooit duidelijk geworden.

Op een andere keer vloog de overall van een arbeider in brand! Die man stond vlabij gloeiende as: een ‘assentrekker’, zoals men dat in de centrale noemde. De ongelukkige dacht zich te kunnen redden door in het water te springen en… verdronk.

‘Ik denk er met heimwee aan terug.’

Al bij al hadden de werknemers van de centrale een mooie job, die ook goed werd betaald. Er heerste ook een zeer goede sfeer, er werd onder de collega’s heel wat afgelachen. Maar als de centrale door een of ander technisch probleem onklaar geraakte, was het bittere ernst. Dan werden er veel overuren gemaakt om het mankement – soms was een kleinigheid de oorzaak – op te sporen. Gewezen werknemers zeggen in koor: ‘We hadden op den Escaut een mooie tijd, ik denk er met heimwee aan terug.‘

De sluiting was  uiteindelijk onafwendbaar: de centrale was in 2000 totaal verouderd. Voor velen betekende het einde van de fabriek meteen ook het einde van hun loopbaan.  Symbolisch was de afbraak van de vijf enorme schouwen die al die jaren boven de centrale en boven Schelle hadden uitgetorend: ze werden in 2 fases gedynamiteerd. De instortende  schouwen, het deed veel Schellenaren pijn aan het hart…